review
auto
 

 
 
 
 
 
 

Still Videoperformance 'Desierto De los Olvidos' of Cecilia Jaime

... DE COLLECTIE is the starting shot of a serie of exhibitions projects.The first guest curator , the director of the S.M.A.K. Philippe Van Cauteren, has invited the artists to create a work of A4 format.

The challenge as formulated has encouraged the artists to create a strong profile of themselves within the enforced limits of the concept. Consecuently, the artists present themselves both as a collective and as individual artists, bound to the conditions of De Collectie but free in their creative expression. On the other hand, this challenge forces them to state the essence of their artistic position and explicate it. Furthermore, with this project Nucleo presents its own 'collection" of artists, the Nucleo residents...( Sam Eggermont Chairman// Marjoleine Maes Coordinator)

'In der Beschränkung zeigt sich den Meister'
...A4...The formulation of a 'physical' limitation was equated with curbing artistic autonomy and imagination.Of course it is true that one cannot order artists to work on the basis of a rigid model. Indeed, there are already enough cities in the world where artists are asked to create bears, cows, water-carries, flags, wine labels and so on. However, asking someone to work on a A4 sheet of paper is surely quite a different premise.There is nothing - and this implies that there are other things too- that modulates and shapes our triteness more imperceptibly than an ordinary sheet of paper. It is a form that expresses education, bureaucracy and intimacy. Blank and plain, it is both a mirrow and imprint of how society has continued to cultivate itself, also in small ways...The exhibition and publication show that the initial resistance has given way to an embracing of ideas, to experiencing small things and their vulnerability. The works are displayed in the protected enviroment of a collection of display cases and can be read like a text or a succession of artistic viewpoints, approaches, intentions and experiences...(Sjoerd Paridaen & Philippe Van Cauteren)

DE COLLECTIE
From 4 till 27 December 2009
Open 2 til 7pm
Sint- Pietersnieuwstraat 21
9000 Gent
Belgium

"In Cecilia Jaime’s photographic work, the faraway landscapes,
depicting a kind of South American no-man's-land, seem to distance
themselves from any recognizable historical past. Nearly devoid of
human presence, their surfaces rather lay bare through trace elements
the basic production activities of the area (salt industry, in this
case). Yet, these traces are like scars on the landscape that provide
enigmatic clues to the traumatic political past of Argentina. The
various anthropomorphic forms--from the body-like piles of bags to
the "invisible" humanoid shapes that lye behind them and which
populate this seductively desolate natural scene--function like
warning signs of a disturbing social machinery".
Curator Marko Stamenkovic, Nov09

ZAVOD CELEIA CELJE – Center for Contemporary Art / Likovni salon

SPLAV MEDUZE
03/09/2009 – 23/09/2009
Celje, Slovenia

International Group Exhibition
Participants: HOSTS, GUESTS & GHOSTS

Some artists: Robbrecht Desmet,(B), Andy Wauman (B), Assaf Grüber (IL), Herman Asselberghs (B), Vincent Meessen (B), Jotie 'T Hooft (B), Cecilia Jaime (AR / B)

Opening: Thursday, 3 September, 8 - 10 p.m.
Likovni salon Celje, Trg celjskih knezov 9

In Cooperation with:
Muzej novejse zgodovine Celje - Pokrajinski muzej Celje - Mestni kino Metropol, Celje - Zupnijski urad Sv. Danijela, Celje - Hotel Evropa, Celje - Sportna zveza Celje - Zavod za varstvo kulturne dediscine Slovenije, OE Celje - Krcma TamKoUciri, Celje - Galerija Plevnik Kronkowska, Celje

SPLAV MEDUZE seeks to understand the logic of the cannibalistic modes of survival under the laws of capitalism in the times of political disorientation, economic fundamentalism, financial despair, decrease of cultural values and ‘failure’ of historical promises. It aims to construct a mythology and iconography of its own, based upon a long-term, inclusive and citizens-oriented “democratic” structure, where the art exhibition (September 2009) comprises only a segment of a broader attempt to create the potential for a radically different public opinion.

Exhibition closing: Likovni salon 23 September 8 pm

VERNISSAGE CECILIA JAIME
Openingstoespraak 1 april 2007 door Antoon Van den Braembussche

Cecilia Jaime is, zoals wellicht iedereen weet, van Argentinië afkomstig, maar woont en werkt sinds 1989 in Gent. Deze twee elementen zijn niet onbelangrijk.
Zij belichaamt op een geheel eigen wijze de Latijns-Amerikaanse diaspora.
Zij geeft op indringende wijze gestalte aan haar in wezen dubbele identiteit. Enerzijds is er de herinnering aan en de nostalgie naar het thuisland, waardoor heel typische thema’s, zoals dans, tango en zelfs Indiaanse symbolen in een heel expressieve dimensie voor het voetlicht treden. Anderzijds is er het scherpe bewustzijn van de vorm, een nieuwe figuratie, die zij deelt met enkele belangrijke exponenten in de hedendaagse Vlaamse schilderkunst. Meer dan een in-between tussen twee culturen is Cecilia vooral zichzelf gebleven: een unieke combinatie van beweging en verstilling, van expressie en uitgezuiverde vorm, waardoor sommige beelden bijna het verdwijnpunt bereiken, op sublieme wijze een schaduw worden van zichzelf.

Een belangrijk aspect van haar kunst is de kunst van het tekenen. Soms bestaan haar doeken enkel bij de gratie van de tekening, de tekening die tijdens het scheppen haar plastische autonomie verwerft en niets anders meer behoeft, die geen kleuren meer behoeft, zichzelf genoegzaam is, heel vaak hierdoor de beweging zuiverder kan vatten. Heel vaak gaat het hier om dansbewegingen, vaak in zwart-wit en acrylverf, tekeningen die eigenlijk tot schilderij zijn geworden of schilderijen die eigenlijk in wezen tekening zijn. De vaak onvatbare, ongrijpbare, voortvluchtige dansbeweging is een leidmotief in Cecilia’s werk, het is bijna haar handelsmerk, iets waarin zij echt wel een grootmeester(es) is.

De tekening ontstaat op het ogenblik zelf, snel, vanuit een grote emotionele en fysieke betrokkenheid. Het is een vorm van picturaal dansen, intuïtief, vanuit het lichaam en het onderbewuste, uitmondend in een soort van ogenblikkelijke droomgestalte die tijdens het tekenen zelf ontstaat. Of zoals Cecilia het zelf ooit eens heeft gezegd: ‘Meestal heb ik op voorhand wel een compositie in gedachten (…). Wanneer ik op doek of plastic werk, moet ik echter vlug werken, ik beweeg met mijn hele lichaam’.  Door deze manier van werken slaagt Cecilia erin om als geen ander de beweging op het doek of het plastic vast te leggen, tegelijk intensief en vluchtig, tegelijk aanwezig en afwezig (want al voorbij): het is alsof de beweging nog tijdens het kijken gebeurt. Een sprong in de lucht, een danspas, het ineenkrimpen van de danser of zijn uitbundige uitzwaai, steeds is het of de beweging naijlt in en op het netvlies van de kijker. Dit is geen weergave van de beweging, maar de kortstondige belichaming ervan, waardoor  juist de ongrijpbaarheid en het verdwijnpunt op een vreemde wijze aanwezig blijven.

De kunst van het tekenen heeft Cecilia in belangrijke mate meegekregen door haar opleiding. De kunstfaculteit van de Nationale Universiteit van Tucumán was inderdaad in Argentinië vooral bekend voor de tekenopleiding met docenten als Lino Spilimbergo en kunstenaars als Carlos Alonso . Het eerste jaar was geheel aan het tekenen gewijd, 4 uur per dag, 5 dagen per week, onder leiding van bekende tekendocenten. Maar tijdens haar vijfjarige opleiding lag het accent meer en meer op de schilderkunst, waarbij Cecilia les kreeg van belangrijke docenten als Exequiel Linares, Tuky Holgado en Enrique Guiot, die vaak als politieke vluchteling uit Spanje en Mexico waren teruggekeerd. Uiteindelijk in 1987 behaalde Cecilia een Licentiaat in Plastische Kunsten. Specialiteit Schilderkunst.

Cecilia is ook onderdeel van de Argentijnse kunstgeschiedenis. Haar laatste docent aan de Faculteit was de bekende architect en beeldend kunstenaar Marcos Figueroa, een markante figuur in de Argentijnse kunstwereld, die haar ook in contact bracht met de Westerse avant-garde, de omgevingskunst, nieuwe materialen, installatiekunst, altijd met een sociale inslag. Samen met Figueroa en Geli Gonzáles richtte Cecilia in 1987 de groep Surco (voren/sporen, snede van de ploeg in een akker) op. Dit leidde tot vrije openlucht projecten (arte férreo) in de Valles Calchaquíes, een oorspronkelijke locatie van Indiaanse culturen in Tucumán waar de groep op rotsen en bergflanken unheimliche, bijna mythische sculpturen creëerden! Het was voor Cecilia een geweldige tijd: het nieuwe democratische klimaat na de dictatuur (1982), de intellectuele discussies, het toenemende contact met het buitenland. Een jaar na de oprichting van Surco kreeg zij de prestigieuze  beurs van De Nationaal Fonds voor Kunsten, die haar toeliet om tijdens een jaar in Buenos Aires te specialiseren. Begin 1988, vóór haar verblijf in Bs As, reisde ze  2 maanden door  Europa,en daar  ging voor haar naar eigen zeggen een wereld open. Dit werd voor haar een enorme verrijkende ervaring. 1988 is  de specialisatie jaar  onder begeleiding van de kunstenaar Jorge Demirjian .Einde 1989 ,vestigde ze zich al definitief in Gent.

Een tweede belangrijke aspect van haar kunstenaarschap is de schilderkunst. In dit meer uitgewerkte, schilderkunstige werk, staan de picturale verbeelding, uitbeelding of weergave centraal, waarin niet langer de afwezigheid van kleur maar integendeel een levendig kleurenpalet opvalt. Dit kleurenpalet is niet zelden in verband gebracht met het ‘Latijns-Amerikaanse’ cliché van een exotische, kleurrijke, passionele en zelfs folkloristische penseelvoering.  Maar hierbij wordt ten onrechte vergeten hoezeer Cecilia ook door de Westerse, met name ook Vlaamse schilderkunst, is beïnvloed. Ik citeer Cecilia: ‘In het begin hier in België verdween het figuratieve uit mijn werk, plotseling ontstonden er symbolen, abstracte lyrische werken. Ik was geshockeerd door de “bevrijde” nieuwe sociale en culturele realiteit en “kanaliseerde” mijn verwarring en emoties via deze vormgeving. Misschien zocht ik naar een antwoord op de vraag waar ik vandaan kom. Een typische vraag voor iemand die zijn land verlaat’.

Toch keerde Cecilia langzamerhand terug naar de figuratie, een nieuwe figuratie, die soms traditioneel en klassiek aandoet, maar desalniettemin het resultaat is van een langzaam transformatieproces. In onderscheid met de geschilderde tekeningen zijn de schilderijen een werk van lange adem. Niet zelden neemt het vaak monumentale schilderij weken en zelfs maanden in beslag. En toch is er een nauwe band met het tekenen: ook het schilderij ontstaat steeds opnieuw op het ogenblik zelf, ‘on the spur of the moment’, in die mate zelfs dat het schilderij soms duizend keren wordt veranderd, bijgeschaafd, overschilderd. Het uitgangspunt is altijd een scène uit de dagelijkse realiteit, zoals blijkt uit het schilderij van een marktplaats in Tucumán of twee vissersjongens die in Normandië uitkijken over de zee. Maar tijdens het schilderen wordt de realiteit getransformeerd, getransfigureerd, zodat ook hier het soms maandenlange proces navoelbaar is.

Cecilia Jaime is geen schilderes die met concepten, dure woorden of imponerende theorieën uitpakt. Zij solliciteert de kunstwereld niet met verleidelijke of ophefmakende statements. Hierdoor is zij wellicht minder gewaardeerd dan het zou moeten. Toch is haar kunst ingebed in een heel eigen denken. Haar bijzonder rijke thematiek, haar dubbele Argentino-belgische bewustzijn steunt namelijk op een ‘visueel denken’. Cecilia is iemand die niet over schilderijen spreekt, maar ‘in schilderijen denkt’. Dit ‘visuele denken’ is niet bewust, maar veronderstelt een openheid voor de materialiteit van het doek. Dit is geen bewust proces, zoals ooit eens bleek uit een vertraagde opname van de wijze waarop Matisse schildert. Deze vertraagde opname was ook voor Matisse een openbaring. Hieruit bleek namelijk dat Matisse allerlei handbewegingen uitprobeerde, dat zijn handen als het ware dansten voor het doek, aarzelden om tenslotte de juiste penseelstreek aan te brengen. Matisse deed wat het doek vroeg zonder te weten hoe hij het precies deed.  Het zijn deze geheime codes die bepalen hoe diepte, kleur, vorm, lijn, beweging, omtrek en fysionomie in het schilderen gestalte krijgen. Het is deze ‘geheime schilderswetenschap’, waarover reeds Da Vinci sprak, waarvan Cecilia een erfgename is. Ook zij danst –en ik zou zeggen- denkt met het penseel.     

Bij Uitgeverij Coutinho is de vierde druk verschenen:
Denken over kunst - Een inleiding in de kunstfilosofie
door Antoon Van den Braembussche     

CECILIA JAIME Shadows & Impressions
10 februari 2001 - 18 maart 2001

Galerij Even- Aarde Flores Mortier
Openingstoespraak door Miriam Van Hee

Toen Cecilia Jaime mij vroeg om op de vernissage van haar nieuwe werk enkele woorden als inleiding te willen zeggen heb ik even geaarzeld, niet alleen omdat ik zoiets nog nooit had gedaan (over kunst praten, bedoel ik), maar omdat ik dacht dat, wat ik er over zou kunnen zeggen, geen recht zou doen aan deze werken. Ze vragen overigens niet om een verklaring, ze spreken voor zichzelf, beter dan welke woorden ook. Maar omdat Cecilia aandrong en zei dat ze net het liefste had dat ik gewoon zou zeggen wat ik van haar schilderijen vond wil ik hier toch een bescheiden poging wagen om u in mijn enthousiasme te laten delen.

Toen ik dit nieuwe werk voor het eerst zag, een week geleden, werd ik getroffen door de kracht en de sereniteit ervan.
Wat bij een overzicht opvalt is de afwezigheid van kleur. Figuren zijn in tinten van grijs en zwart op het doek terechtgekomen, niet willekeurig, maar weloverwogen, soms in hun geheel maar soms ook is maar een gedeelte van het lichaam te zien, alsof de figuur is weggeglipt terwijl het schilderen aan de gang was, of integendeel, even naderbij is gekomen, om aandacht verzoekend.

De afwezigheid van kleur (die in haar eerdere werk overvloedig en uitbundig aanwezig was, de wereld van soms grillige verbeelding, van uitersten, van een leven op de rand) betekent geenszins afwezigheid van hartstocht en nog minder afwezigheid van licht. De figuren op de doeken hebben allemaal een schaduw. Dat veronderstelt ook licht. Die schaduw is niet alleen een afdruk die alles wat leeft en beweegt op de wereld achterlaat, maar door de schaduw krijgt de figuur meer betekenis, van de schaduw kijkje nog eens, nadrukkelijker, naar de mensen, want de figuren zijn zonder uitzondering mensen, of ze nu in een schaatsers uitrusting dan wel in een vlinderpak zitten. Deze mensen laten een spoor achter, ze zeggen: ik ben hier geweest.

Ik wil speciaal over de wielrenner en de schaatser iets zeggen. De schaatser schaatst en de wielrenner fietst zoals de zwemmer van Paul Snoeck zwemt:

`Zwemmen (... )
is liefhebben met elke nog bruikbare porie,
is eindeloos vrij zijn en inwendig zegevieren.
En zwemmen is de eenzaamheid betasten met vingers,
Is met armen en benen al oude geheimen vertellen
(…)’

De mensen op de doeken van Cecilia Jaime zijn in zichzelf gekeerde mensen die helemaal opgaan in hun bezigheid, die in zichzelf en in wat ze doen, geloven, zoals kinderen in hun spel. Ze zijn bedachtzaam en vasthoudend tegelijk, door niets afgeleid en zo geconcentreerd als dieren zijn wanneer ze luisteren, observeren of jagen.

Zoals de grijze tinten de hartstocht niet tegenspreken, zo is er ook geen contradictie tussen melancholie en uitbundigheid of tussen soberheid en beweging. Het is allemaal aanwezig, vaak tegelijk, omdat hier niets anders dan het `nu' wordt verbeeld, in al zijn veelzijdigheid.
Er zijn mij weinig kunstenaars bekend (maar dat kan aan mij liggen, ik ben een leek) die er zo goed in geslaagd zijn beweging vast te leggen op doek. Iets dat zo vluchtig is als een sprong in de lucht, een danspas, het neerhurken of opstaan wordt hier met grote intensiteit weergegeven. Deze aaneenschakeling van momenten resulteert niet in routine of onafgewerktheid maar in sublieme werkjes met een grote innerlijke rijkdom.

De beweging wordt nog meer geaccentueerd bij het afdrukken op de lange witte doeken, die op hun beurt, door de tocht bijvoorbeeld, kunnen bewegen, hier onderscheiden de figuren zich nauwelijks van schaduwen, ze komen uit het wit tevoorschijn, aarzelend, als kwamen ze uit de mist. En het lijkt dat, als de toeschouwer het schilderij ook maar even de rug toekeert, de vrouw, want het zijn overwegend vrouwen die hier worden afgebeeld, zich zal oprichten en weg zal gaan, uit het gezicht zal verdwijnen of zich onder ons zal begeven.

Een paar jaar geleden brachten wij samen onze vakantie door in het zuiden, Cecilia installeerde zich met verf en schildersezel in de tuin en zei: `Kijk, dat vind ik zo leuk aan het creatieve werk, ik zeg tegen mezelf, eens zien wat het geeft als ik met die kleur probeer, ik kan kiezen wat ik maak. ` Ik herkende daarin wel iets, namelijk dat als je aan een gedicht begint, je niet weet hoe het er zal uitzien als het af is. Je werkt en werkt en aan het eind zeg je: tiens, dit was het dus wat in mijn hoofd zat. Zo is bij Cecilia Jaime dit keer een nieuwe wereld aan de oppervlakte gekomen, die de vroegere ervaringen niet negeert of tegenspreekt maar hen een nieuwe plaats geeft. We zien een poëtische, dromerige, kwetsbare maar ook werkelijke en intense wereld te voorschijn komen. En ik denk dat Cecilia Jaime 's werk goed kan gekarakteriseerd worden door twee verzen van de Poolse dichter Czeslaw Milosc. Hij herinnert zich in een gedicht een gebeurtenis van lang geleden en hij besluit:

`(...)
Niet uit spijt schrijf ik,
Maar uit gepeins'
Miriam Van hee – Dichter- 10 feb. 01  

« Altijd zijn er personages in haar schilderijen aanwezig en zij verschijnen daarin op ogenblikken van grote intensiteit. Een gelukzalige uitdrukking, een intiem moment, een uitputtende inspanning. De volledige figuur drukt de sfeer uit »
George Goffin, Kunsthistoricus, België, 1995  

« De indrukken - Impressions- die worden weergegeven door de installatie van Cecilia Jaime, roepen momentane herinneringen op aan personages. Ze zijn te vergelijken met de indrukken die blijven nazinderen wanneer iemand door een stroom van mensen loopt in een drukke stad. Niemand maakt contact met de anderen, maar in iedereen schuilt een verassende wereld.
De zwarte figuren op de lange witte doeken kunnen verschillende interpretaties hebben, zoals meervoudige beelden door een caleidoscoop. De breekbaarheid van de gebruikte materialen, stof en plastic, symboliseert de kwetsbaarheid van de mensen. wars van alle kwetsbaarheid, blijven de indrukken van de mensen »
Tekst naar aanleiding van de installatie « Labyrinth of Impressions » in Coproductie Kopergietery & Speelteater- Gent met het Cultureel Centrum Luchtbal-Antwerpen, 1996  

“Haar vroeger werk waaronder 'Arrebato Renacentista' (acryl op doek, 1x1m) en 'Tango II (acryl op doek, 1x1m) draagt de Argentijnse invloeden in zich. De expressie van de kleur kenmerkt als het ware de hartstocht waarmee ze een gelaat, een heftige beweging vastlegt. Die gekleurde waarneming geeft aan haar werken die exotische maar toch sterk realistische sfeer. In de kunstwereld roept het woord 'Latijns Amerikaans' het stereotype beeld op van exotisch, kleurrijk, folkloristisch werk. Het oudere werk van Cecilia Jaime is niet vreemd aan dit stereotype maar veel van de subtiliteit erin wordt over het hoofd gezien als het werk uitsluitend door deze bril wordt bekeken. De thematiek in deze werken van dans, tango, muzikanten,indiaanse symbolen zou er volgens haar nooit zijn geweest indien ze haar geboorteland niet had verlaten. 'Ik denk dat ik die thematiek nooit in Argentinie had kunnen bedenken of maken, het is een nostalgie naar mijn land en toch weer niet. In het begin hier in Belgie verdween het figuratieve uit mijn werk, plotseling ontstonden er symbolen, abstracte lyrische werken. Ik was gechoqueerd door de "bevrijde " nieuwe sociale en culturele realiteit en ‘kanaliseerde' mijn verwarring en emoties via deze vormgeving. Misschien zocht ik naar een antwoord op de vraag waar ik vandaan kom. Een typische vraag voor iemand die zijn land verlaat.

'Cecilia Jaime schildert niet naar levende modellen, ze maakt geen portretten. 'Ik wil herinneringen of gevoelens vorm geven; impressies van wat ik heb ontvangen. Soms merk ik wel dat in een bepaald gezicht de ogen van iemand die ik ken terugkomen. Maar op het moment dat ik ze maak ben ik daar niet mee bezig. Meestal heb ik op voorhand wel een compositie in gedachten omdat het moet. Wanneer ik op doek of plastic werk moet ik vlug werken, ik beweeg met mijn hele lichaam. Met acrylverf op doek is dat anders, dan kan ik meer tijd nemen, een dag, een week, een maand. Ik kan het schilderij duizenden keren veranderen. Ik weet dan niet waar ik zal uitkomen, maar dat maakt het plezierig. Soms keer ik het doek helemaal om zoals bij 'The Blue Dancer'. Dat was eerst een duikende figuur tegen een blauwe achtergrond. De bader werd een danser.
Bregje Provo- Shadows & Impressions-“Het werk van Cecilia Jaime”-Gent  

« Sus obras son diseñadas con presición , con un trazo fuerte, y con un realismo expresivo crudo,casi brutal. Tambien los colores inrrumpen son raras las medias tintas porque el discurso cromatico me parece que prefiere manifestarse sobre las evidencias sin medias-medida , como una revelacion clamorosa , como una verdad (. .. ) pero tambien se evidencia una tregua como en Blue Dancer, donde el espacio en el que danza la figura esta pleno de aire y de una profundidad extraña como la luz que la ilumina.
Jaime es una artista de singular personalidad sin medias medidas. Una personalidad que no deja espacio a las inducciones de lo que guarda su obra, a las zonas de sombras de una posible interpretacion ».
Vittorio Castiglioni , I «volti » della pittrice Cecilia Jaime, Cultura & Spettacoli; diario Corriere del ticino, Suizzera, 1997  

« ... Oorspronkelijke visuele intuitie, empirish, logisch denkend concept: dit zijn de basiskenmerken van de kunst van Cecilia Jaime. Denkvormen die zich als vanzelfsprekend tot een visuele realisatie hebben ontwikkeld, objectief en toch decisief(...) ».
« De gekleurde waarneming, waarin Cecilia Jaime zo sterk uitblinkt geeft die exotische maar toch sterk realistische elementen in haar werk. Daarom voelt men zo goed, ruikt men de kleur. De expressie van de kleur kenmerkt de hartstocht waarmee zij een gelaat, een heftige beweging vastlegt. De ordening van het schilderij wordt erdoor bepaald. Zo geeft ze de hartslag, de trilling, de ziel van de personages weer als een muzikale metafoor. Bijgevolg zijn haar schilderijen communicatief, prikkelend zelfs. (...) »
« Cecila Jaime is een exponent van zichzelf, de cultuur die ze achterliet en de nieuwe ervaringen in het nieuwe land. Maar door die warmte, die diepgang waarover we het eerder hadden, spreekt ze de universele taal: de taal van mens tot mens. »
Katrien Norro -Kunstcriticus-Gent-augustus 1997

« Cecilia Jaime transforme la femme et le "sage en poeme visuel. »
Anita Nardon-critique d'art-Sociétaire A.I.C.A.-article paru dans Saison-Bruxelles-nov. 98  

« Het werk van Cecilia Jaime verrast door zijn gedurfde vlakverdeling. Grote open ruimtes bieden haar enerzijds de kans voluit te gaan in sterke kleuren met een overvloed aan nuances die blijven boeien. Anderzijds zijn dit geen leegtes die de menselijke figuren zouden verdringen of minimaliseren. De mens blijft steeds nadrukkelijk aanwezig en heeft die ruimte zelfs nodig. Hij ontwikkelt daarin steeds ruimere invalshoeken voor het wonder mens-zijn. Cecilia Jaime legt voortdurend en ongeremd getuigenis af van haar fundamenteel optimistisch mens-beeld. Zij heeft daarvoor het karakter, het temperament én de nodige vakbekwaamheid .
Vera Von Kraft (knokke, 14 April 2000)  

« L ' oeuvre de Cecilia Jaime est à découvrir, sa vision très personnelle ne manque ni d'audace, ni de chaleur humaine. Ses couleurs sont vives, mais jamais lassantes et l'être humain demeure sans cesse au centre de ses inspirations. Elle est optimiste et même parfois désinvolte, et la place qu'elle occupe actuellement parmi les artistes de la galerie Charivari, ...,prouve qu'elle appartient à la nouvelle figuration, qui se manifeste parmi les artistes flamands, néerlandais et allemands de sa génération. »
Stéphane Rey in "L'Echo" (12 mei 2000) naar aanleiding van de expositie in Knokke.